Informatie

Hoofdonderzoeker: Prof. dr. Angela Maas
Mede-onderzoekers: Hester Vermeulen, Femke Atsma, Koos van der Hoeven, Yvonne Koop

Borstkanker is in Nederland de meest voorkomende vorm van kanker. Jaarlijks wordt bij ongeveer 14.500 vrouwen borstkanker vastgesteld. Door behandelingen zoals chemotherapie, immunotherapie en bestraling overleven steeds meer vrouwen de ziekte. Gemiddeld is 90% vijf jaar na de diagnose nog in leven. De langetermijneffecten van borstkankerbehandelingen worden hierdoor de laatste jaren veel zichtbaarder. De borstkankerbehandelingen kunnen een schadelijk effect hebben op de functie en structuur van het hart.

Hoe vaak komt het voor?
Hartschade komt voor bij 1 van de 10 vrouwen die voor borstkanker behandeld zijn. Deze schade uit zich meestal in een verminderde hartfunctie door hartfalen. D¡t geeft klachten zoals vermoeidheid, kortademigheid en vocht vasthouden. Deze klachten kunnen de kwaliteit van leven en de sociaal maatschappelijke participatie verminderen. Hartschade kan ook zonder lichamelijke klachten aanwezig zijn. Het kan na 5-10 jaar nog tot lichamelijke, psychische en sociale problemen leiden. Hoe hoger de dosering van de behandelingen, hoe groter het risico op hartschade. Verder zijn sommige behandelingen of behandelcombinaties schadelijker dan andere.

Wat kunnen we er aan doen?
Ten eerste is het belangrijk om vrouwen met een hoog risico op hartschade al voor de borstkankerbehandeling op te sporen. Dit om (vroege) hartschade sneller te herkennen of te voorkomen. Ten tweede is het van belang om deze vrouwen beter te monitoren in hun vervolgtraject. Vroegtijdige herkenning kan door de hartfunctie te beoordelen met moderne beeldvormende technieken. Het voorkomen en behandelen van hartschade is mogelijk door het vroegtijdig voorschrijven van cardiale medicatie. Zoals medicatie om de bloeddruk te verlagen en medicatie tegen hartfalen.

Waarom is dit onderzoek belangrijk?
Hartschade na borstkankerbehandeling wordt vaak niet herkend, ondanks de huidige mogelijkheden voor vroege herkenning en behandeling. Pas in een (te) laat stadium wordt cardiale behandeling gestart. Vroegtijdige signalering van hartschade tijdens en na de behandeling van borstkanker is nog steeds geen standaard zorg. De kwaliteit van zorg bij borstkankerpatiënten kan op dit onderdeel nog verder verbeterd worden. Om dit te bereiken is efficiënte samenwerking tussen de specialismen oncologie en cardiologie nodig. Echter, om de huidige zorg te kunnen verbeteren is het belangrijk om eerst beter inzicht te krijgen in welke hartzorg vrouwen met borstkanker nu precies ontvangen en om te onderzoeken in welke mate cardiale monitoring plaatsvindt, Dit is tot nu toe nog niet eerder in kaart gebracht. Door een systematische inventarisatie in bestaande zorgdata uit te voeren, willen we een beeld krijgen van de huidige hartzorg bij
borstkankerpatiënten. Daarnaast willen we door middel van interviews met zorgverleners en patiënten op een dieper niveau duidelijk krijgen welke factoren van invloed zijn op het wel of niet monitoren van hartschade gedurende de borstkankerbehandeling en welke overwegingen hierbij een rol spelen. Vervolgens kunnen deze inzichten aangrijpingspunten opleveren voor gerichte verbeterstrategieën ten aanzien van de hartzorg bij borstkankerpatiënten.