Radboud Oncologiefond
KWF Kanker Bestrijding
100%
Projectkosten: € 5.500,-
Nog nodig: € 0,-

Voorkomen van bijwerking bij remmers van nieuwe bloedvaten

Hoofdonderzoeker

Dr. Carla van Herpen, internist-oncoloog, Medische Oncologie, Radboudumc

Co-onderzoekers

Prof. dr. Winette T.A. van der Graaf, afdelingshoofd Medische Oncologie, Radboudumc

Drs. M. Boers-Sonderen, internist in opleiding, Interne Geneeskunde, Radboudumc

Onderzoek

Bloedvatnieuwvorming remmers zijn nieuwe geneesmiddelen die werkzaam zijn bij diverse tumoren, o.a. niertumoren. Dagelijks tabletten slikken bestrijdt de groei van nierkanker voor soms lange tijd. Er zijn helaas patiënten die geplaagd worden door het ontstaan van diarree door deze geneesmiddelen. Dat is erg lastig als je net zo graag met je vrouw naar de schouwburg wilt, of midden in de stad boodschappen met je kinderen aan het doen bent. Daarom doen we onderzoek naar de oorzaak van de diarree door deze kanker remmende medicijnen. We hebben hierbij financiële steun nodig voor bepalingen in het laboratorium en een onderzoeker. Door te begrijpen wat de oorzaak van de diarree is, hopen we bij te kunnen dragen aan een mogelijke oplossing van deze lastige bijwerking.

Sinds 2005 zijn er veel nieuwe geneesmiddelen voor de behandeling van patiënten met kanker ontdekt, die nu toegepast worden. Een aantal van deze middelen zijn remmers van bloedvatnieuwvorming (angiogeneseremmers of te wel VEGFR tyrosine kinase remmers (TKI)).

Deze middelen zijn onder andere goed werkzaam bij nierkanker. Ze worden toegediend als tabletten (dagelijks) en hebben een aantal bijwerkingen, zoals hoge bloeddruk, huiduitslag, moeheid, smaakveranderingen, buikklachten en diarree. Patiënten worden als het middel goed werkt vaak jarenlang behandeld. De belangrijkste bijwerking op de lange termijn is –naast de moeheid- diarree. De oorzaak van deze diarree is niet bekend. Daarom hebben we hier onderzoek naar gedaan.

Resultaten/  tussenstand

In het onderzoek hebben 10 patiënten met nierkanker, die behandeld werden met een angiogeneseremmer (langer dan 6 maanden) en diarree ontwikkelden, deelgenomen. Zij ondergingen een aantal onderzoeken waaronder bloedonderzoek en een kijkonderzoek zowel in de maag als in de dikke darm. Bij deze onderzoeken werden ook stukjes weefsel afgenomen. Bijzonder was dat 9 van de 10 patiënten afwijkingen bij het maagonderzoek lieten zien. Dit bestond vooral uit zweertjes en/of ontsteking. Bij 1 patiënt werd bij toeval slokdarmkanker gevonden. Dit kon geheel verwijderd worden. Bij het dikke darmonderzoek werden nauwelijks afwijkingen gevonden.

Wij zijn de eerste die aangetoond hebben dat er zo vaak afwijkingen in de maag worden gezien tijdens langdurig gebruik van angiogeneseremmers. Toch kunnen deze afwijkingen niet de oorzaak van de diarree zijn. Wel is het goed voor te stellen dat deze zweertjes en/of ontsteking ook verder op in de dunne darm aanwezig zijn. Dit zou wel heel goed de oorzaak van de diarree kunnen zijn. We zijn de huidige resultaten aan het opschrijven voor een wetenschappelijk tijdschrift.

We hopen het onderzoek te kunnen voortzetten door bij patiënten met nierkanker die met angiogeneseremmers worden behandeld een ‘video capsule dunne darm onderzoek’ te verrichten. Middels dat onderzoek hopen we verder te komen om de oorzaak van deze zeer vervelende bijwerking met consequenties voor de kwaliteit van leven te achterhalen. Als we dit weten, kan waarschijnlijk een betere behandeling voor de diarree gegeven gaan worden